We leven in een ‘alles-moet en niets-mag’ cultuur. Je moet succesvol zijn en dit op meerdere fronten: school, werk, gezinsleven, gezondheid en ga zo maar een tijdje door. Je moet ook vaak voldoen aan bepaalde voorwaarden: zo hoort een man als het ware bijvoorbeeld groot te zijn en mag hij niet wenen en al zeker niet in het bijzijn van anderen.
Vanuit dit krappe kader legde ik mezelf dan ook vaak zwart-witgedachten op en handelde, toen meer dan nu, hiernaar. Alles moest perfect zijn en enkel dit zou mij gelukkig maken. Althans, dat dacht ik. Als ik snoep at, kreeg ik een gevoel gefaald te hebben, want dit mocht ik niet eten. Het resultaat was dat ik nog meer begon te eten, met eetbuien tot gevolg.
Als herstellende van een eetbuistoornis bots ik vaak op het alles moeten en niets mogen. Het gedachtegoed staat haaks op mijn waarden en normen om mezelf te mogen en te kunnen zijn. Om evenwichtig te eten, te slapen en te bewegen. Ik denk vandaag niet enkel zwart-wit meer. Ik probeer nu wat grijzer te kijken naar mezelf en naar mijn levensweg. Op die manier is alles meer genuanceerd en gekleurd. Wanneer je goed kijkt en je je ogen even opent, zie je dat ook mijn knuffel niet enkel zwart of wit is.
Je neemt meneer beer vast in een vlucht. Ver van het geluid van de storm. Meneer beer luistert. Daarom heeft hij toch twee oren en één mond? Plots bedenk je dat meneer beer enkel luistert. Dat hij enkel kan luisteren. Zijn bruine berenogen spreken helaas niet.
Een poosje later besef ik dat ook ik niet vaak spreek over mezelf, maar denkend aan mijn knuffel nu ik groter ben, heb ik wel geleerd heb om wat vaker te luisteren. Te luisteren naar de signalen en echo’s die mijn lichaam en hiermee samen ook mijn hoofd me toefluisteren. Mijn knuffel staat symbool voor deze luisterfunctie. Hij vertelt me dat voeding, net zoals rust, uitdaging, ontspanning en beweging, een krachtbron kan en mag zijn. Hij laat me ook onder zijn milde schouders schuilen wanneer ik het moeilijk heb.
Eten geeft me datzelfde veilige gevoel. Het is haast een vorm van troost. Vanuit deze visie geef ik, als herstellende van een eetbuistoornis, mee dat evenwichtig eten en leven mag. Je hoeft je niets te ontzeggen? Iedereen heeft het recht om naar geluisterd te worden. Je mag best mild zijn naar jezelf toe. Een troostende, tedere teddybeer neem je toch niet weg van een huilend kind? Ook je innerlijke kind moet niets. Net zoals je meneer beer vastneemt, kan je nu ook jezelf en jouw noden omarmen. Dicht bij je. Ver van het geluid van de storm. Bewuster open je ook nu niet enkel je ogen, maar ook jouw hart. Jij en meneer beer luisteren samen naar jouw zachte, maar zekere hartgetik. Daarom heeft hij toch twee oren en maar één mond!


