De zon schijnt en hangt hoog in de hemel. Ik pas de bal naar mijn teamgenoot die rakelings over het doel trapt. De stand is 1-2 en met nog een paar minuten te gaan, trek ik nog een laatste sprintje richting de overkant van het voetbalveld. Dan, krak, iets in mijn rechterknie besluit dat dit effectief mijn laatste sprintje wordt die dag. Op zich valt de pijn wel mee. Niets verloren. De dagen erna ga ik gewoon lopen zoals ik altijd doe.

Over een week word ik geopereerd aan die rechterknie. Wat een zeurend pijntje was, is ondertussen een hardnekkige pijn geworden die me uit mijn slaap houdt. Hopelijk slaagt de chirurg in zijn opzet en ben ik na volgende week van de pijn af. Dan start de revalidatie. Ik vroeg enkele revalidatieartsen al om een inschatting. Die durven ze op voorhand niet geven. Afhankelijk van wat ze aantreffen in de knie en wat ze precies doen, varieert de revalidatie van zes weken tot zes maanden.

Ik schreef het al in eerdere blogs, maar lopen is een uitlaatklep voor me. Na een saaie of stresserende werkdag kan ik mijn hart ophalen door te crossen door groene velden, beige nieuwbouwwijken of grijze industrieterreinen. Ik droom dan weg, terwijl mijn benen en ademhaling een vast ritme zoeken. Ik loop niet heel snel, niet heel traag, maar probeer mijn gevoel wat te volgen. Ik loop – of beter gezegd – liep wel vaak. Volgens mijn diëtiste en dokter loop ik zelfs wat te vaak, in die mate dat ze eraan twijfelen of het geen vorm van bewegingsdrang is. Dit moment willen ze aangrijpen om dat te onderzoeken en er samen mee aan de slag te gaan.

Huh? Bewegingsdrang, maar ik loop gewoon graag.
Kan wel, zeggen ze, kan zeker.
Maar waarom panikeer je dan zo, nu je even geblesseerd bent? Een ander haalt zijn schouders op en eet een chipje, terwijl hij nadenkt over wat hij kan doen met de vrijgekomen tijd. Ik verlies de pedalen. Oké, ik overdrijf wat, maar dat is wel de teneur van het verhaal. Tja, als ik eerlijk ben met mezelf loop ik inderdaad erg graag, maar de eetstoornis heeft wel haar zegje. Dus probeer ik nu niet te compenseren door minder of anders te eten. Ik let er extra op dat ik voldoende en gevarieerd eet. Samen met mijn begeleiders heb ik enkele uitdagingen vooropgesteld voor de komende weken: koffiekoeken als ontbijt, gecombineerde snacks, grotere porties, andere tijdsbesteding zoeken zoals een bioscoopbezoek …

Maar voorlopig gaat het goed. Ik neem foto’s van mijn maaltijden en stuur die door. Een duimpje terug of een klein woordje uitleg: “Goed bezig, vergeet de koolhydraten niet.” of “Goede stappen vooruit! Borden met warm eten-porties zijn te klein.” Kleine zinnetjes die me wel zin geven om er vol tegenaan te gaan. De komende weken moet het sporten even wijken, maar de uitdagingen blijven komen. Laten we die dan maar eens goed tackelen.

De herfst is in het land. Wolken verschijnen aan de hemel en regen valt over de velden. Komende lente sta ik er terug en sterker dan tevoren. Fysiek én mentaal.


Plaats een reactie