Mijn zus trouwde toen ik nog op een diep punt in mijn eetstoornis zat. Het was dubbel: enerzijds was ik heel enthousiast voor mijn zus, anderzijds ervaarde ik het als angstaanjagend en confronterend voor mijn eetstoornis. Feest betekende toen veel eten en de stem van de eetstoornis in bedwang moeten houden. Ik zou hard mijn best doen, met de trots dat ik bruidsmeisje en ringdrager van mijn zus mocht zijn.
De dag dat we gingen kijken voor mijn zus haar kleed, kreeg ik duidelijke instructies van mijn moeder om mij normaal te gedragen. Voor mij was dat oké, de aandacht ging naar mijn zus, niet naar mij. Het moment dat ze met dat perfecte kleed naar buiten kwam, was ze adembenemend. Iedereen werd stil. Stiekem was ik jaloers over hoe goed ze eruitzag, maar ik gunde het haar. Ze was dan ook een voorbeeld voor mij.
Achteraf volgde een dag om onze bruidsmeidkleedjes te zoeken. Ze had drie vriendinnen gekozen die hier ook deel van mochten uitmaken. Winkel na winkel gingen we kleedjes passen. Voor de spiegel van het pashokje, kon ik moeilijk aanvaarden hoe ik eruitzag. Niets paste op mijn tengere lichaam. Op zo’n momenten schaamde ik mij voor hoe ver mijn anorexia was gekomen. Nog erger vond ik het om uit het pashokje te komen waar mijn moeder en zus met ongemak naar mij keken en mijn ma wou dat ik me liefst zo snel mogelijk weer zou omkleden. Dat terwijl de vriendinnen van mijn zus er wel goed uitzagen en er zoveel plezier in hadden.
We vonden uiteindelijk de ultieme kleedjes; twee pastel roze en twee marineblauwe kleedjes met een mooie V-hals, een diamanten versiering op de buste en een tule rok. Ik hield van de blingbling en de prinsessenlook. In één van de roze kleedjes begon ik wat te stralen. Hoewel, volgens mijn moeder en zus was de bovenkant van mijn lichaam nog te veel zichtbaar. Uitgestoken schouders, zichtbare sleutelbenen en ribben … We kochten de kleedjes, maar er kwam nog een staartje aan.
Mijn moeder en zus vonden iemand die het bovenstuk van het kleed kon aanpassen naar een soort T-shirt, maar wel in een mooie roze stof. Daarmee werden mijn pijnpunten bedekt en zou ik geen verkeerde aandacht trekken op het feest. Opdat ik niet alleen zou zijn, heeft een ander bruidsmeisje dit ook aangepast, maar vooral ook omdat zij zich niet goed voelde met het diepe decolleté.
Ik had verdriet. Alle mooie accenten zouden er niet meer zijn. Het zou gewoon een stuk stof zijn. Ik voelde me minder schitteren toen ik het opnieuw paste, maar mijn beenderen waren niet meer zichtbaar en dat was belangrijker. Ergens begreep ik wil dat ze mij voor oordelen wouden beschermen, maar ik voelde me erg beschaamd en in een hoekje geduwd. Ik onderdrukte die teleurstelling omdat ik wist dat ik mijn zus er een plezier mee deed.
Daar stond ik dan op het trouwfeest, minder blinkend dan vele anderen. In eerste instantie voelde ik me slecht in het kleed. Maar wanneer het feest begon, waar we uitbundig konden dansen en er speeches werden gegeven, maakte mijn sombere gemoed weer plaats voor wat plezier en positiviteit. Ik was trots op mijn zus en trots op het feit dat ik er aanwezig mocht zijn.
Nu ik terugkijk naar de foto’s, ben ik blij dat dat tengere lichaam niet te zien is onder het prachtige kleed en dat mijn glimlach meer opvalt dan mijn eetstoornis. Op deze herinneringen zal ik steeds kunnen terugblikken zonder dat die slechte periode erin te zien is. Ik straalde voor mijn zus, mijn familie en voor het eerst sinds lang: voor mezelf.


