Een paar weken zijn verstreken, wanneer we de kleine consultatieruimte van mijn dokter binnenstappen. Ze lacht ons toe en vraagt hoe het gaat, terwijl we ons neerzetten. ‘Goed’, antwoorden we in koor. We kijken elkaar aan en grinniken even. En zo gaat het ook. Goed. De voorbije weken en maanden liepen best vlot en ik ben steeds minder met eten bezig. Ik heb terug ruimte in mijn hoofd voor andere dingen en krijg mijn dagen steeds beter gevuld met zaken die me energie geven in plaats van energie kosten. Ik maak muziek, lees heel wat boeken, sport op een gezonde manier, ben volop bezig met een opleiding en een heroriëntering naar een nieuwe job. Er ligt best wat op de plank en dat loopt wel vlot.
Maar toch had ik het het voorbije weekend even lastig. Donderdagmiddag koffie met een vriendin, vrijdagavond een etentje met familie, zaterdagmiddag een brunch met familie en die avond nog een etentje met vrienden. Een weekeinde vol etentjes, drank, gesprekken en dat na best een stevige week boordevol andere activiteiten. Ik merkte dat ik doorheen de week al wat gespannen rondliep met die planning in het vooruitzicht. Donderdag ging goed. Ik had een fijne babbel, dronk een koffie, at een speculoosje en ging tevreden terug naar huis. Maar naarmate vrijdagavond naderde, voelde ik mezelf in weerstand gaan. Nodeloze stress, want een paar uur later kwam ik moe thuis van een fijne avond met lekker eten en leuk gezelschap. Zaterdagochtend werd ik wakker en zat mijn hoofd terug vol niet zo’n fijne gedachten. Het stemmetje in mijn hoofd riep luider en luider. Ik merkte dat ik mezelf moest forceren om te ontbijten en niet te compenseren. Eenmaal in de brunchplek kon ik het van me afzetten, nam ik snel een keuze van het menu en at ik met smaak. Tussen de happen door praatte ik bij met mijn familie en ook nu ging ik na een fijne tijd samen terug naar huis. ‘s Avonds merkte ik echter opnieuw die spanning. Zelfde verhaal: gespannen naar de plek van afspraak, moe maar tevreden terug naar huis.
Ik vertelde het verhaal aan mijn dokter. Die knikte. ‘Wat me opvalt in je verhaal’, zei ze, ‘is dat het eigenlijk weinig om eten gaat. Dat stuk lukt je blijkbaar wel goed tegenwoordig. Mij lijkt het dat je meer moeite hebt met een drukke planning en veel sociale verplichtingen.’
Ik denk even na. Ik heb het inderdaad wel lastig met een overvolle agenda en veel ontmoetingen. Hoewel ik er best wat energie uit haal, loopt mijn sociale batterij snel leeg. Ik ben graag onder mensen, maar praten en dingen doen vragen wel wat van me. Ik durf bekennen dat ik vaak opkijk tegen komende afspraken, ook al zie ik die mensen graag en heb ik uiteindelijk wel een fijne tijd.
Ik voel me soms als een fles limonade. Vol bruis en bellen, maar als ik veel moet geven op korte tijd is het koolzuurgas al snel uit de fles en wordt het allemaal flets en flauw. Dan loop ik leeg en val ik stil. Dan zit ik erbij om een ander een plezier te doen, maar mentaal haak ik af.
Mijn dokter vervolgt haar uitleg: ‘Om dat stuk rond afspraken en sociale activiteiten onder controle te krijgen, gebruik je volgens mij je eten. Ik heb het gevoel dat we dichter en dichter bij de functie van je eetstoornis komen. Zou het kunnen dat je je op een of andere manier onveilig voelt bij al die gebeurtenissen? Want dan kan de eetstoornis als functie hebben je daar een vals gevoel van veiligheid te geven.’
Als huiswerk krijg ik mee om daarover na te denken: geeft een volle agenda mij een onveilig gevoel en hoe ga ik daarmee om?
Het eten lukt ondertussen best goed, maar we zijn er nog niet. Elke week zet ik wel nog stappen in mezelf verder ontdekken. Ik leer mezelf steeds beter kennen en de signalen oppikken die dingen in gang zetten in mijn hoofd en lichaam.
Met een fles limonade schudden en dan proberen rustig uit te gieten lukt niet. Zo lukt het mij ook niet om mijn agenda vol te plannen en een heleboel dingen tegelijkertijd te doen. Ik moet leren te doseren en de dingen op mijn ritme te doen.


