Cognitieve dissonantie is een term uit de psychologie, die verwijst naar de psychologische spanning die ontstaat wanneer iemand tegenstrijdige overtuigingen of opvattingen heeft, of handelt in strijd met zijn of haar eigen overtuigingen. Volgens de theorie van Leon Festinger (1957) is die spanning zo onaangenaam dat mensen bijna automatisch proberen om die te verkleinen. Niet per se door hun gedrag te veranderen, maar vaak door hun overtuigingen aan te passen of nieuwe verklaringen te bedenken die het gedrag toch logisch doen lijken. Die drang naar innerlijke consistentie is een krachtige motor voor verandering – maar kan ook precies het mechanisme zijn dat problematisch gedrag in stand houdt.

Bij veel mensen met een eetstoornis bestaan tegelijkertijd deze overtuigingen:

  • “Ik wil gezond zijn/goed voor mijn lichaam zorgen.”
  • “Ik eet extreem weinig/vermijdt hele voedselgroepen/leef volgens rigide regels.”

Objectief gezien staan die haaks op elkaar, zeker wanneer het leidt tot ondervoeding, ondergewicht, eetbuien of lichamelijke en mentale klachten. Deze tegenstrijdigheid creëert cognitieve dissonantie: psychische spanning omdat gedrag en overtuiging niet kloppen met elkaar.

Veel mensen met een eetstoornis willen dus wel echt oprecht gezond zijn. Ze willen goed voor hun lichaam zorgen, zich energiek voelen, controle hebben, ‘het juiste doen’. Tegelijkertijd eten ze te weinig, vermijden ze hele voedselgroepen, volgen ze rigide regels of leven ze voortdurend in strijd met hun hongergevoel. Objectief gezien leidt dat vaak tot ondervoeding, ondergewicht of – aan de andere kant – eetbuien als gevolg van langdurige mentale en fysieke restrictie. Die twee werkelijkheden botsen: ik wil gezond zijn versus ik maak mezelf ziek. Dat botst, schuurt en veroorzaakt cognitieve dissonantie.

In theorie zou die dissonantie opgelost kunnen worden door je gedrag te veranderen: meer en gevarieerder eten, regels loslaten, hulp toelaten. Maar bij een eetstoornis voelt dat voor veel mensen niet als een neutrale keuze. Eten, aankomen of controle loslaten kan aanvoelen als iets existentieel bedreigends. Dus zoekt het brein – meestal onbewust – andere uitwegen om de spanning te verminderen. Wat dan vaak gebeurt, is dat het begrip ‘gezond’ langzaam maar zeker wordt geherdefinieerd. Gezond wordt dan niet langer: voldoende eten, herstellen, luisteren naar het lichaam, maar wel: clean eten, discipline tonen, geen ‘slechte’ voedingsmiddelen eten, honger kunnen negeren, licht en leeg blijven. Zo kan iemand blijven zeggen – en zelfs echt geloven – dat hij of zij gezond bezig is, terwijl het lichaam ondertussen steeds verder verzwakt. Gewoon omdat je overtuigingen over ‘gezond zijn’ zich hebben aangepast.

Maar een eetstoornis laat zich niet eindeloos wegredeneren. Naarmate de mentale druk toenam, ontstond er nieuwe dissonantie. Als ik zogezegd zo gezond bezig was, waarom voelde ik me dan zo slecht? Waarom draaide mijn hele leven om eten en niet-eten? Waarom kreeg ik eetbuien? Waarom sliep ik zo slecht en had ik lichamelijke klachten? Elke nieuwe rechtvaardiging werd steeds minder overtuigend. De spanning werd groter dan wat ik nog kon goedpraten.

Uiteindelijk kon ik pas veranderen op het moment dat het lijden zo groot werd dat er niets meer aan goed te praten viel. Er stond te veel op het spel: mijn relaties, mijn gezondheid, mijn toekomst. Op dat punt werd gedragsverandering – hoe beangstigend ook – de minst pijnlijke optie. De cognitieve dissonantie draaide als het ware om: ik wil leven, en dit gedrag staat dat leven in de weg. Pas toen werd echte verandering mogelijk.

Wat dit zo belangrijk maakt, is dat cognitieve dissonantie bij eetstoornissen geen teken is van onwil, ontkenning of koppigheid. Het is een menselijk mechanisme dat bedoeld is om innerlijke spanning te verminderen. Alleen werkt het hier tegen ons. Begrijpen hoe dit mechanisme werkt, kan helpen om met mildheid te kijken naar waarom eetstoornissen zo hardnekkig zijn – en waarom inzicht alleen vaak niet genoeg is. Soms moet de werkelijkheid simpelweg luid genoeg worden om niet langer genegeerd te kunnen worden.

Herstel begint vaak precies daar: op het moment dat de behoefte aan eerlijkheid groter wordt dan de behoefte aan controle. Soms moet je met je hoofd tegen de muur lopen om te voelen dat je een andere weg moet inslaan.



Één reactie op “Els – Cognitieve dissonantie”

  1. chantalvh Avatar
    chantalvh

    ik herken dit heel sterk. Ik kon zeggen:” ik moet meer/beter/… eten. Ik moet bijkomen. Anders komt dit niet goed. Er staat teveel op het spel”… om mijn zin te vervolledigen met ” morgen moet ik op de weegschaal en ik ben zo bang dat ik zal bijgekomen zijn.”

    Like

Plaats een reactie