De zon schijnt.
Op een terrasje in het centrum van Antwerpen geniet ik van een cappuccino.
Met veel nieuwsgierigheid kijk ik naar elke voorbijganger.
Elk detail vang ik op mijn netvlies.
De tijd vliegt en al gauw dien ik te vertrekken naar mijn training.
Een moment waar ik elke week naar uit kijk.
Eén uur voor mezelf, één uur waar ik me een échte atlete voel.
Routine, structuur … zo gaat het elke week opnieuw.
Een ritme waar ik dagelijks goed voor mijn lichaam en geest probeer te zorgen. Eén waar vele therapiesessies en huiswerk aan vooraf zijn gegaan. Een ritme waarin ik vandaag sterker, gezonder en gelukkiger ben dan tevoren … la vie en rose.
En toch wens ik dat ik soms onzichtbaar ben.
Het is nooit goed genoeg.
Een ultra kritisch stemmetje in mijn hoofd.
Een duivels klein wezen dat me duwt naar onzichtbaarheid.
Een onzichtbare eetstoornis?
Is zij er nog?
Hoezo? Huh?
Ik heb toch mijn routine gevonden?
La joie de vivre?
Hoe helder alles soms lijkt, hoe onzichtbaar sommige zaken zijn.
Vaak onbewust, ergens diep in mezelf verborgen. Een deeltje wat ik nog niet helemaal heb durven aanraken en wat ik, tussen ons gezegd, liever wil bijhouden. Tegelijkertijd weet ik dat net dit stukje mij onzichtbaar wilt houden.
Zichtbaar onzichtbaar. Een fenomeen dat heerst.
Dat er mag zijn en waar ikzelf bepaal wanneer ik dat deel aanraak en wat ik er mee doe. Al durft het me vaak verrassen en dan sta ik perplex. Valt de grond onder mijn voeten en word ik het liefst … (zucht) … onzichtbaar.
Stap voor stap neem ik verder mijn tijd.
Ik probeer me te omringen door mensen bij wie ik terecht kan voor een fijn gesprek.
Partner, vrienden en familie.
Ik overweeg ook om weer even beroep te doen op professionele hulp.
“Ik ben sterker dan dat klein wezen in mij!”
Mag ik jou de hand reiken om samen weer héél zichtbaar te worden?
Veel liefs,
Fleur


