Of waarom herstel vaak begint met het omgekeerde doen …
Een van de moeilijkste – en tegelijk meest effectieve – principes in herstel van een eetstoornis is contragedrag: heel bewust het tegenovergestelde doen van wat de eetstoornis van je vraagt. Niet omdat dat gemakkelijk is, maar omdat verandering zonder ervaring eigenlijk niet mogelijk is. Inzicht alleen is meestal niet genoeg. Pas wanneer je nieuw gedrag daadwerkelijk uitvoert en doorleeft, kan er iets verschuiven. Dat is wat ikzelf ook al doende heb moeten leren …
Contragedrag komt oorspronkelijk uit gedragstherapeutische stromingen, waaronder cognitieve gedragstherapie en de dialectische gedragstherapie (ontwikkeld door onder meer Marsha Linehan). Het idee is eenvoudig maar confronterend: als een emotie of gedachte je gedrag aanstuurt op een manier die je schaadt, kan je die cirkel niet doorbreken door alleen anders te denken. Je moet anders handelen, ook al voelt dat onveilig, fout of ‘niet kloppend’.
Bij eetstoornissen is dit principe natuurlijk heel relevant, omdat ons gedrag zo sterk gestuurd wordt door angst. Angst voor gewichtstoename, voor verlies van controle, voor eten zonder regels, voor ‘te veel’. Die angst wordt in stand gehouden doordat we ze telkens opnieuw vermijden. En wat vermijding doet, weten we ondertussen goed: ze laat angst groeien.
Contragedrag is dus eigenlijk een vorm van exposure. Door precies datgene te doen wat je eetstoornis wil vermijden – eten wanneer je bang bent, rust nemen wanneer je wil compenseren, loslaten wanneer je wil controleren – geef je je brein nieuwe informatie. Je ervaart dat het gevreesde scenario niet (of niet op de verwachte manier) uitkomt. Pas dan kan angst echt afnemen.
Een belangrijk misverstand is dat contragedrag pas zou mogen wanneer het ‘goed voelt’ of wanneer je er mentaal klaar voor bent. In werkelijkheid werkt het net omgekeerd. Contragedrag voelt bijna per definitie verkeerd. Want als het comfortabel was, zou het geen contragedrag zijn. Het doel is dus niet om je gerust te voelen tijdens het uitvoeren ervan, maar om te leren dat ongemak kan bestaan zonder dat je eraan moet gehoorzamen.


