Eerder schreven we al wat het onderliggende idee is bij contragedrag.
Dit kan je teruglezen in de blog contragedrag bij eetstoornissen 😉

Bij eetstoornissen kan contragedrag er op veel verschillende manieren uitzien.

Een paar voorbeelden uit mijn eigen leven:

  • Eten op momenten waarop de eetstoornis zegt dat je het niet ‘verdiend’ hebt, omdat je de hele dag niets anders gedaan hebt dan op een stoel zitten om te studeren.
  • Rust nemen na het eten in plaats van bewegen om de onrust te verdoven.
  • Luisteren naar lichamelijke signalen (honger, verzadiging, goesting) in plaats van luisteren naar eetregels.
  • Niet toegeven aan eetbuidrang, maar stilvallen en neerschrijven welke gevoelens er zijn, waar de spanning vandaan komt en wat je eigenlijk echt nodig hebt.

Wat je in deze voorbeelden zal herkennen, is dat ze recht ingaan tegen de logica van de eetstoornis. En precies daarom zijn ze zo krachtig. Elke keer dat je contragedrag stelt, ondermijn je het idee dat de eetstoornis nodig is om veilig te blijven.

Dat betekent niet dat contragedrag een magische oplossing is. Het is ontzettend zwaar, zeker als je er net aan begint. Het kan angst, schuld, paniek en weerstand oproepen. Vaak lijkt het alsof het alleen maar bewijst dat de eetstoornis ‘gelijk had’. Maar dat is echt onderdeel van het leerproces zelf. Angst piekt wanneer ze niet meer vermeden wordt – en zakt pas daarna. Dat is geen falen, dat is puur neurologie. Angst komt en gaat in golven …

Wat ook echt belangrijk is, is herhaling. Eén keer iets engs doen verandert zelden alles. Ons brein leert maar door consistentie. Door telkens opnieuw het omgekeerde te doen van wat de eetstoornis voorschrijft, wordt het nieuwe gedrag langzaam normaler en verliest het oude gedrag zijn macht. Het is alsof je nieuwe neuronale paden in je hersenen moet slijten: dat lukt niet met één keer, dat vraagt veel herhaling. Net zoals bij fietsen of het aanleren van een andere vaardigheid.

Misschien wel het moeilijkste aan contragedrag is dat het vraagt om te handelen zonder garantie. Je moet eten zonder de zekerheid dat de angst weg zal blijven. Rust nemen zonder de belofte dat je je beter zal voelen. Dat maakt het zo’n sprong in het onbekende. Maar precies daar ligt herstel: niet in wachten tot de angst verdwijnt, maar in leren leven terwijl de angst er nog is.


Plaats een reactie