Na mijn opname volgende nog een aantal weken nazorg, anderhalve dag per week. Dat klinkt misschien als een logische overgang, maar in werkelijkheid is het een enorm contrast. Van dag en nacht begeleiding en ondersteuning naar het ineens zelf moeten doen.

In de kliniek is er weinig ruimte voor je eetstoornis. Er is structuur, er zijn vaste eetmomenten, behandelingen en mensen die begrijpen waar je doorheen gaat. Je hoeft niet steeds uit te leggen waarom iets moeilijk is, iedereen om je heen kent en begrijpt de strijd. Daarnaast krijg je door dat je de hele tijd bij elkaar zit en kwetsbare dingen deelt een sterke verbinding, met zowel de groepsgenootjes als de therapeuten.

Na meerdere weken intensief werken aan je herstel, voelt het bijna alsof je weer kunt ademen. Tegelijkertijd ontdek je dat deze weken slechts het begin zijn. Als je al jarenlang met een eetstoornis hebt geleefd, is een opname geen eindpunt maar een stevige eerste stap. Je hebt misschien het topje van de ijsberg aangepakt, maar daaronder ligt nog veel verborgen.

Vlak voordat ik de kliniek verliet, schreef ik deze spoken word voor mijn afscheid. Vol hoop, maar ik had toen nog geen idee wat het contrast met thuis zou zijn. Als ik het nu teruglees zie ik hoe eerlijk ze waren, alleen besefte ik niet wat ze echt zouden betekenen.

Je bent opgenomen geweest, nu kun je verder. Dit zorgde dat ik het lastig vond om aan te geven dat het nog steeds niet goed ging. Alsof opnieuw hulp nodig hebben gelijk stond aan falen.  Het grootste contrast tussen de kliniek en de buitenwereld is wel echt die verbinding. Thuis viel ik weer terug in mijn appartement, waar ik veel alleen was, en de eetstoornis maakte graag gebruik van die ruimte.

Daarna kwam ik terecht in een andere strijd: het Nederlandse zorgsysteem. ‘Lange wachtlijsten en gedoe rondom verwijzingen.’  Er zou steeds iemand anders verantwoordelijk voor zijn, en ik moest er maar achteraan. Juist in die kwetsbare periode heb je continuïteit nodig, en het voelt alsof je het alleen moet uitzoeken.

Dat is frustrerend, maar ook gevaarlijk voor herstel. Herstel vraagt om een vangnet, wanneer dat wegvalt betekent het niet dat jij hebt gefaald, het betekent dat je opnieuw steun nodig hebt om verder te bouwen op je herstel.

Het kan soms voelen alsof die tijd in de kliniek voor niks was, maar onthoud dat dat niet zo is. Een eetstoornis pak je samen aan, niet alleen.

  • Gun jezelf de tijd om thuis te landen. Je moet wennen aan een nieuw “leven.”
  • Accepteer dat herstel met vallen en opstaan verloopt.
  • Doe het niet alleen. Eet samen met vriend(inn)en, ouders, partner of andere mensen die je vertrouwt (beeldbellen of fysiek).
  • Blijf de afspraken rondom beweging volgen. Enkele minuten extra sporten lijkt misschien maar enkele minuten, maar het is de eetstoornis die weer ruimte krijgt.
  • Houd zoveel mogelijk de structuur van de kliniek vast.  

Plaats een reactie