Ik loop langs het jaagpad van de Schelde. De wind waait hard in mijn gezicht. Het riet buigt zich over de oevers en een paar honderd meter voor me zie ik enkele mannen met een verrekijker in de hand. Ze staren over de waterplassen en turen in de verte. Een hand schiet vooruit, wijst iets aan en als in een ballet gaan de verrekijkers gelijktijdig de lucht in. De mannen staren door de lenzen en er wordt wat heen en weer gewezen. Ik ben ondertussen tot bij hen gekomen en stop even om te vragen wat er te zien is.

‘Steltlopers. Ze houden hier een tussenstop op weg naar de Russische toendra’s. In het voorjaar en de vroege zomer is daar volop voedsel te vinden. Dan trekken ze naar ginder om hun jongeren te kunnen voeden.’

Wanneer ik wat later thuiskom, trek ik de koelkast open en neem ik een potje yoghurt van het schap. Ik heb er een gewoonte van gemaakt om na een beweegmoment mijn energievoorraad terug aan te vullen. Dat was een van de spelregels om terug te mogen sporten die mijn diëtiste en arts me oplegden tijdens mijn behandeling.

Maar tegelijkertijd worstel ik af en toe met wat ‘hersteld’ zijn dan is. Volgens de dokter en diëtiste heb ik de tools onder de knie, herken ik de alarmsignalen, kan ik aan de slag met wat ze me geleerd hebben en hebben ze er alle vertrouwen in dat het goed loopt. Dat is ook zo. Mijn voedingspatroon is beter dan in de voorbije jaren, ik voel me goed in mijn vel en heb het gevoel dat ik alles beter dan tevoren onder controle heb. Maar soms knaagt het toch. Dan voelt het alsof ik ‘normaal’ moet doen. Als ik ergens ben en ze bieden me iets aan, durf ik bijna niet te weigeren. Ook al heb ik er totaal geen zin in. Terwijl intuïtief eten ook ‘nee’ zeggen is. Het is luisteren naar je lichaam en doen wat nodig is. Dus als ik geen zin heb, moet ik toch gewoon ‘nee’ kunnen zeggen? En toch vind ik dat moeilijk in deze fase. Ik neem dan een koekje om te tonen dat het me lukt. Dat ik het kan. Ik krijg dan het gevoel dat mensen me aanstaren: ‘Je bent toch beter? Neem een koekje. Bewijs het ons’.

Dat vind ik moeilijk.
Ik wil niet per se iets bewijzen naar de buitenwereld toe.
Ik wil mezelf bewijzen dat ik nu respect heb voor mijn lichaam en voor wie ik ben.
Ik wil tonen dat ik trots ben op wie ik geworden ben en waar ik voor sta.
En daarbij hoort dat wanneer ik ‘ja’ of ‘nee’ zeg dat een bewuste keuze is.

Maar dat lukt me nog niet altijd.
Ik verstop me soms wat (voor mezelf), als een steltloper in het riet.
Om te tonen dat ik het kan, dat ik krachtig genoeg ben ondertussen.


Plaats een reactie