Dinsdag 6 oktober. Ping! Het schermpje van mijn gsm licht op. Een berichtje van Bert? Gek. We horen elkaar maar een keer of twee per jaar, maar dat is doorgaans op de reüniemomenten van de jeugdbeweging waar ik jaren leiding gaf.
‘Hey, Aaron, hoe gaat het? Vraagje, mijn nichtje heeft een eetstoornis. We zien dat het niet goed gaat, maar ze kan of wil er met ons niet over praten. Ze probeert de schijn op te houden en zegt dat alles goed gaat, maar wij zien dat ze worstelt. Het lijkt ons zo’n eenzame en zware strijd, al kunnen we er ons eigenlijk niet veel bij voorstellen. Heb jij tips?’
‘Hoi, alles oké hier. Dat is schrikken. Het is inderdaad zwaar en eenzaam. Wat ik kan zeggen is …’
Ik verwijs hen door naar de website van ANBN en vertel hoe contact met lotgenoten voor mij een stap richting herstel betekende. Voor de eerste keer met een half woord of een oogopslag kunnen delen met een ander wat door je hoofd raast, voelde zo bevrijdend. Was de eetstoornis op slag weg? Helemaal niet, maar de vermoeidheid om uit te proberen leggen aan een buitenstaander viel wel van mijn schouders. En door contact te leggen met andere mensen met een eetstoornis en door met hen te praten, leerde ik een taal spreken om mijn gevoelens beter onder woorden te brengen. Ik kon beter verwoorden wat er in mij leefde doordat anderen het al even verwoorden tijdens een gesprek. ‘Ja! Dat is het. Helemaal! Dat heb ik ook.’
Ik antwoord: ‘Als je wil, geef gerust mijn contactgegevens door. Ze mag altijd bellen. Ik ben geen hulpverlener, maar ik wil en kan wel luisteren.’ Ik leg mijn gsm opzij en werk wat verder. Een paar minuten later klinkt het opnieuw: ping.
‘Je zou nochtans een goeie hulpverlener zijn… 🙂 Soms heeft een jongere niet meer nodig dan een luisterend oor, zonder dat er dadelijk tips of goeie raad of een oordeel komt.’
En dat compliment doet me deugd. Want B.T. is jeugdwerker en werkt dag in, dag uit met jongeren die opgroeien in complexe omstandigheden. In thuissituaties die niet altijd even warm of ondersteunend zijn. Of misschien ook wel, maar waar de jongere zijn of haar draai niet vindt om wat voor reden ook. B.T. coacht die jongeren en gaat met hen op pad. Vaak letterlijk, want hij gelooft in de kracht van coachen in de natuur, van aarden en ervaren. Hij weet dat mensen in de eerste plaats gezien én gehoord willen worden. Dat helpt vaak nog het meest.
Dinsdag 29 september. Ik kom een van mijn oude muziekleraren tegen, J. Ik neem net mijn fiets uit het fietsenrek, wanneer hij voorbij wandelt. Hij houdt halt. We zeggen elkaar hallo en vragen hoe het gaat. Hij merkt op dat we een bijzonder leuke klas waren, een klas waar iedereen goed speelde, maar nog meer, ook goed luisterde. ‘Ja’, zeg ik, ‘dat vond ik nu ook net het bijzondere aan jouw lessen. Die draaiden vaker om luisteren dan om spelen. Ik probeer het nu nog te doen in de bands waar ik drum.’ Hij lacht even. De zin die hij daarna zegt, spookt sindsdien door mijn hoofd: ‘Je kan maar zo snel spelen, als je kan luisteren.’
Ik betrap me erop dat ik vaak hoor naar mensen.
De klanken komen wel binnen, ze worden geregistreerd in mijn oren en verwerkt in mijn hersenen, maar een echte betekenis krijgen ze niet. Als ik luister, probeer ik dat wel actief te doen. Dan neem ik mijn tijd en dan zwijg ik en probeer ik echt te vatten wat de ander zegt of vraagt. Pas als ik echt geluisterd heb, kan ik spreken (of spelen). Het heeft geen zin om te praten, als je niet hoort wat de ander zegt. En al helemaal niet als je niet luistert. Als we niet luisteren, maken we kabaal, maar geen muziek. Dan komen we niet tot een echt gesprek. Verbinding is dan ver te zoeken. Maar net uit verbinding ontstaan de mooiste momenten. De meest magische momenten in muziek zijn die waarin je hoort dat de muzikanten elkaar vinden. Het moment dat ze als één denken en op elkaar inspelen en echt interageren, dat is wanneer de haren op je armen rechtop gaan staan.
Zaterdag 3 oktober. Inspiratiedag van ANBN. We luisteren geboeid en ontroerd naar het verhaal van Ann en haar dochter. Samen met Sabien Tiels namen ze een nummer op over het meisje met de gouden ziel. Een prachtig nummer, dat de essentie aanraakt van wat een eetstoornis is, zowel voor de zieke als voor de naaste. Ann licht eerst het maakproces en het nummer toe en daarna luisteren we met alle aanwezigen samen. Het is muisstil. Het komt binnen. Sabien heeft duidelijk geluisterd naar Ann en haar dochter. Ze heeft in woorden kunnen gieten wat ze heeft gehoord.
Na de presentatie sta ik nog even te kijken naar een foto op een schildersezel. Ann komt bij me staan: ‘Klopt het dat jij Aaron bent? Schrijf jij soms blogberichten?’ Ik kijk haar aan. ‘Ja, dat ben ik’, antwoord ik. ‘Dankje’ zegt ze, terwijl ze me strak aankijkt. Ik stamel wat: ‘Dat is vriendelijk. Maar waarvoor precies?’ ‘Om jouw woorden. Jij maakt dat wij kunnen lezen en luisteren naar de stemmen in jouw hoofd en de hoofden van anderen met een eetstoornis. Het mysterie van kunst is dat we over grenzen heen verbinding weten te maken via taal, muziek, beeld … Jij helpt. Daarvoor dank ik je.’
Ik luister en aanvaard en voel me meer verbonden dan ooit.


