‘Wat als ik iets verkeerd zeg?’, zindert door mijn hoofd, terwijl ik zoek naar een antwoord.

Ik neem deel aan een infoavond voor naasten en er is me gevraagd om vanuit de rol als ervaringsdeskundige te spreken. Ik luister naar de verhalen van de mensen in het videogesprek. Ze klinken me bekend in de oren. Een eetstoornis mag dan wel persoonlijk zijn en iedereen is uniek in zijn, haar of hun traject maar toch zijn er heel grote gelijkenissen en patronen te herkennen. Het denkbeeld, of beter gezegd, dezelfde denkfouten komen vaak terug. Hoewel mijn verhaal dus anders is dan dat van anderen, is het wel herkenbaar.

Ze zijn op zoek naar hulp en begrip. Begrip over wat er in het hoofd van de persoon met een eetstoornis omgaat en over wat er door hun eigen hoofd raast: zorgen, bekommernissen, angst en woede. Boosheid omdat mensen die met een eetstoornis kampen niet kiezen voor het leven en koppig wegkijken van wat er zich aanbiedt.

Ik vertel over mijn eigen ervaringen, over mijn worstelingen en welke stapjes mij hebben geholpen en nog steeds helpen in mijn herstel. Ik vertel hen dat herstellen kan. Ik ben er nog niet helemaal. Ik vecht ook nog tegen de stem in mijn hoofd. Als ik haar hoor, weet ik dat ik even gas terug moet nemen, wat zaken op een rijtje zetten en prioriteiten stellen. Ik beschouw haar nu als een wekker die me vertelt dat ik niet op moet staan, maar net even moet gaan liggen.

Ik krijg enkele vragen: ‘Hoe lang ben je al in behandeling? Wat is jouw traject? Wat waren cruciale elementen in jouw herstel?’ Ik probeer de vragen zo goed en eerlijk mogelijk te beantwoorden. Maar terzelfdertijd voel ik een nervositeit over me heen komen: wat als ik iets verkeerd zeg? Mijn ervaringen zijn niet die van jouw dochter of zoon of lief. Mijn ervaringen zijn de mijne. Ik kan enkel spreken over wat mij geholpen heeft. En ik kan al helemaal niets concreets doen voor jou of jouw geliefde.

Na een uurtje sluiten we het videogesprek af. Ik ben blij dat ik mijn ervaringen heb kunnen en mogen delen, maar voel me ook wat leeg. Heb ik hier goed aan gedaan? Hebben de mensen in het gesprek hier iets aan gehad? Ze bleven zitten met zoveel vragen en zoveel zorgen.

Ik stuur na afloop een mailtje naar de coördinator van ANBN om mijn bekommernissen te uiten. Een dag later krijg ik haar antwoord in mijn mailbox:

En hoewel delen op zich geen oplossing is voor je problemen (je zal steeds zelf moeten werken aan herstel) helpt het wel om tot nieuwe inzichten te komen en doet het goed af en toe te ventileren. Gedeelde smart is halve smart.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *