Enkele weken terug ging ik voor de eerste maal naar een inloopmoment van ANBN Gent. Ik opende wat bang de deur, stapte een grote hal binnen en hoorde rechts wat stemmen.
‘Voor ANBN? Dan ben je op de juiste plek. Kom erbij!’
Een aantal vriendelijke dames heetten me hartelijk welkom en stelden me al snel gerust. Het is toch spannend om nieuwe mensen te leren kennen en in een tot dan onbekende omgeving binnen te stappen. Ik was vrij laat en het gesprek was al even op gang. Maar dat is net het leuke van de inloopmomenten. Je verschijnt en verdwijnt, wanneer je wil. Je praat mee of luistert als je daar zin in hebt en je je veilig of gerust genoeg voelt.
En over die veiligheid wordt echt gewaakt. Ik vond het tof om nog eens met lotgenoten contact te hebben en ervaringen te kunnen uitwisselen. Ik beloofde meteen ook om vaker langs te komen.
En dus ging ik gisteren voor de tweede maal. De deur openen ging al heel wat vlotter, zeker toen ik wat bekende gezichten rond de tafel zag zitten. Opnieuw overliepen we enkele spelregels voor tijdens de (groeps)gesprekken en al snel deelden we opnieuw nuttige tips in het kader van herstel, overliepen we waar we op vastlopen, wat werkt en wat niet.
Ik vind het bijzonder leuk dat het allemaal erg sereen en positief verloopt. Ieder kan zijn zeg doen, maar het hoeft niet. Er wordt niets verwacht. Toch voel je dat iedereen naar elkaar luistert en we elkaars zorgen, maar ook elkaars leuke ervaringen delen.
Tijdens het gesprek kwam de vraag of we zicht hadden op de functie van onze eetstoornis. De functie is me ondertussen wel duidelijk. In mijn geval kreeg ik via de eetstoornis grip op mijn perfectionisme en emoties. De controle die ik miste door me te verliezen in perfectionistisch gedrag en faalangst, kon ik terugvinden in wat ik wel of niet aan mijn lichaam gaf. Boosheid, spanning, stress raakte ik op eenzelfde manier kwijt en kon ik makkelijker kanaliseren. Kwijtraken is trouwens verkeerd uitgedrukt. Onderdrukken lijkt me beter. Want onderhuids blijft die spanning wel en zet die zich ergens op je lichaam.
Maar wat me niet duidelijk is, is het waarom van de eetstoornis.
Waarom was dat voor mij de manier om te copen met die gevoelens?
Wat maakt dat ik die zo moest opvangen?
Ik heb geen droevige jeugd gehad,
ik heb geen grote trauma’s beleefd,
ik ben opgegroeid met alle kansen …
Die vraag heeft me lang bezig gehouden en heeft me lang verhinderd om mezelf als ‘ziek genoeg’ te zien. Dat heeft op zijn beurt herstel met een aanzienlijke periode uitgesteld. Want waarom zou ikzelf niet opgelost krijgen wat schijnbaar iedereen in een gelijkaardige opvoedingssituatie wel (ge)lukt (is)?
Op dat moment komt een van de deelnemers tussen. De waarom-vraag heeft ook haar lang beziggehouden. Die heeft haar laten nadenken over wat er was, maar ook over wat er niet was. Wat had ik de voorbije jaren? Wat ontbrak me de voorbije jaren? Zo had ik het nog niet bekeken.
En zo verliet ik de tafel. Na hele fijne, diepgaande gesprekken en met een vraag voor mezelf. Ik voel dat verbinding maken me zoveel energie geeft en dat doet me deugd. Dus zet ik in mijn agenda alvast inloopmoment nummer drie.


