Op dit moment zie je overal Ironmans, marathons, Hyrox-wedstrijden en Ultras. Het lijkt alsof iedereen traint voor het ultieme doel: het moet steeds verder, langer en groter. Alsof vroeg opstaan voor een lange duurloop, uren op de fiets of ieder weekend naar een andere wedstrijd het nieuwe normaal is geworden.  

Sport is iets moois: het geeft energie, zelfvertrouwen en voldoening. Het leert discipline en doorzettingsvermogen. Ook leert het je ervaren hoe bijzonder het is om van het proces te genieten en maanden of zelfs jaren ergens naartoe te werken. Sport is ook belangrijk voor sociale contacten. Als kind ga je erdoor naar buiten, ontwikkel je je motoriek en vaardigheden. 

Maar hoe zit dat als je een eetstoornis hebt of hebt gehad? Wanneer is het passie? Wanneer is het je eetstoornis die spreekt?  

Dat is een vraag waar ik zelf helaas nog steeds geen duidelijk antwoord op heb. Ik denk dat de grens dun is en snel kan worden overschreden
Tijdens en na mijn opname werd het hardlopen volledig afgepakt. Niet omdat ik dat wilde, maar eerst omdat mijn lichaam het niet meer aankon door stressfracturen, en daarna omdat hardlopen vanuit de kliniek verboden was. Andere sporten mocht ik rustig opbouwen, maar hardlopen mocht absoluut niet. 

 Dit klinkt misschien logisch voor veel mensen, maar voor mij voelde het alsof een deel van mij werd afgepakt.  

Hardlopen was nooit alleen een manier om calorieën te verbranden. Het was een uitlaatklep, even mijn hoofd leeg maken, mijn hobby, mijn uitdaging en een belangrijk onderdeel van mijn sociale leven. Tijdens de warming-up praatte ik gemakkelijker met mensen, legde ik contact en kon ik gewoon ontspannen. Een plek waar ik me vrij voelde. 

Ineens was dat weg. Verboden. Geen discussie mogelijk.  

Wat misschien nog wel het moeilijkst was, was de twijfel die daarna kwam. Mis ik het hardlopen of mist mijn eetstoornis het hardlopen? Deze vraag bleef maanden door mijn hoofd gaan. Dat is misschien wel het lastigste aan een eetstoornis, op een gegeven moment weet je niet meer welke gedachten van jou zijn en welke vanuit je eetstoornis komen.  

Een eetstoornis gaat niet alleen over eten. Hij beïnvloedt je gedachten en overtuigingen, en zelfs dingen die je vroeger plezier brachten. Iedere keer dat ik zin had om te trainen of juist geen zin had, was er twijfel. Is het obsessief als ik nu ga? Of is het gezonde discipline? Iedere keer dat een rustdag zwaar viel, voelde ik me schuldig. Niet alleen omdat ik rust nam, maar omdat ik überhaupt zulke gedachten had.  

Bij elk doel waar ik enthousiast van werd, twijfelde ik aan mijn eigen intenties. Voortdurend die afweging moeten maken is ontzettend vermoeiend. 

Daarnaast voelde ik me niet begrepen en dat deed pijn, en soms nog sporten tijdens een eetstoornis kan een alarmsignaal zijn. Voor veel mensen is overmatig of dwangmatig bewegen onderdeel van de eetstoornis en daar moet ook echt voorzichtig mee worden omgegaan. Tegelijkertijd voelde het daardoor soms alsof er geen ruimte was voor eigen gedachten en ervaringen.  

Duursport vraagt nu eenmaal veel training. Het vraagt niet alleen om veel uren maken, maar juist ook om goed te leren herstellen, voldoende eten, rust nemen en signalen van je lichaam serieus nemen. Je kunt een marathon of ironman niet finishen door alleen maar harder te trainen. Je moet naar de signalen van je lichaam kunnen luisteren.  

Toch voelde het alsof alles wat met sport te maken had meteen op de eetstoornis werd geschoven. Hardlopen missen was een no go. Een marathon als doel? Dat ging niet. Dat was eetstoornis. 

Ik zocht naar iemand die met mij mee wilde kijken naar hoe ik een gezonde terugkeer kon maken in de sport. Iemand met verstand van eetstoornissen en duursport.  

Iemand die de risico’s herkent, maar ook ziet dat sport meer betekent dan alleen bewegen.  Deze begeleiding heb ik gemist. Daardoor voelde het soms alsof ik moest kiezen tussen twee kanten: volledig stoppen of het allemaal zelf uitzoeken. Dit voelde ontzettend eenzaam en misschien maakte juist die eenzaamheid het zo moeilijk om op mijn eigen keuzes te vertrouwen.  

Hield ik wel van hardlopen? Of hadden ze toch gelijk. Langzaam begon ik aan mezelf te twijfelen. 

Inmiddels heb ik geleerd dat het antwoord op deze vraag niet zo zwart-wit is als ik dacht. Ik hield van het najagen van de doelen, sterker worden, trainen met groepsgenoten en ervaren dat mijn lichaam dingen kon bereiken die ik eerder voor onmogelijk hield. De eetstoornis heeft hier misbruik van gemaakt, dit betekent niet dat de liefde voor de sport nooit echt is geweest, maar wel dat het twee kanten had.  

Herstellen was niet alleen opnieuw leren eten, het was opnieuw leren ontdekken waarom ik sport. Niet om eten te verdienen, niet om mezelf te bewijzen, niet om bang te zijn om stil te zitten. Juist om oprecht te genieten van wat mijn lichaam kan, nijn grenzen op een gezonde manier te verkennen en te genieten van een zonsopgang tijdens een rustige duurtraining.  

Ik heb nog steeds niet altijd een duidelijk antwoord, soms slaat de twijfel toe. Het enige wat ik wel weet, is dat een eetstoornis je wereld steeds kleiner maakt en dat een gezonde passie je wereld kan verbreden.  

Het verschil is niet altijd gemakkelijk te herkennen, maar wel belangrijk om te blijven onderzoeken.  


Één reactie op “Sanne – Eetstoornis of passie? ”

  1. Aaron Avatar
    Aaron

    Hey Sanne, zo herkenbaar voor mij en wellicht voor velen die graag sporten, maar tegelijkertijd met een eetstoornis kampen. Het is een moeilijke om elke dag 100% eerlijk te zijn met jezelf. En dan moet je dat daarna ook nog aan de buitenwereld kunnen aantonen: Kijk, ik weet wat ik doe. Nu kies ik, niet de eetstoornis.

    Succes en bedankt voor je blog!

    Like

Plaats een reactie