‘Zouden mensen stabieler zijn als ze schroefdraad hadden?’
Ik leg het boek Kleinigheden van Nele Pollatschek aan de kant. Zou het? Zouden mensen stabieler zijn? De vraag wordt gesteld door het hoofdpersonage, terwijl hij een IKEA-bed in elkaar probeert te knutselen. Het wiebelt en staat wankel, maar dat is geen wonder. Het hele bed hangt aan elkaar met kleine houten pluggen en plastic dopjes. Er is niets geschroefd, alleen in elkaar gestoken.
Geldt dat ook voor ons? Zouden we steviger op onze benen staan, mochten we in elkaar gevezen zijn? Mocht ons hoofd, onze gedachten onbeweeglijk vastzitten in ons hoofd?
Het lijkt me bijzonder moeilijk voor te stellen. Al je gedachten gefixeerd. Als kleine insecten zouden we dwangmatig patronen uitvoeren. Zonder vragen te stellen zouden we de wekker uitzetten, onze tanden poetsen, ontbijten, deur opendoen, deur dichtdoen, op de fiets stappen, naar de plek van afspraak rijden, ons ding doen, terug op de fiets stappen, deur opendoen, deur dichtdoen, eten, tanden poetsen, wekker zetten en slapen.
Elke dag opnieuw.
Bij een onderbreking of verstoring zouden we even halthouden, herkalibreren en verdergaan. Wekker uitzetten, tanden poetsen, STOP: geen tandpasta meer, tandpasta uit de kast nemen, tanden poetsen, ontbijten, deur opendoen, deur dichtdoen …
Elke dag opnieuw.
Elke dag opnieuw vaste patronen, handelen zonder denken, doen zonder voelen. Zouden we stabieler zijn? Wie weet. Het zou rust geven in ons hoofd. Dat denk ik wel. Zouden we gelukkiger zijn? Wie weet. Zou het de moeite zijn om hiervoor te leven en elke morgen de wekker uit te zetten? Opnieuw wie weet.
Toen ik vastzat in mijn eetstoornis dacht ik dat controle me die rust zou geven.
Door vaste regeltjes in te voeren geloofde ik dat de gedachten in mijn hoofd zouden vastgeschroefd worden. Door nauwgezet mijn eigen ingevoerde en heel vaak absurde regels te volgen, zou ik niet hoeven te voelen hoe de gedachten van links naar rechts en van boven naar onderen botsten in mijn hoofd. Ik zou helemaal niets meer hoeven te voelen. Geen honger, geen emoties, niets.
Elke dag opnieuw dezelfde rituelen en vaste patronen. Als een insect ging ik door het leven.
Aanvankelijk ging dat goed. De eetstoornis gaf me weer grip op het leven.
Ik had het gevoel dat ik mentaal stabieler was en alles onder controle had. Tot iemand plots een afspraak in mijn agenda verzette of ik onverwachts ergens heen moest of … eender wat eigenlijk. Ik was als een goedkoop IKEA-bed, nu wel in elkaar geschroefd, dat inherent onstabiel bleef. Elke duw deed het bed kraken en de spanning op de vijzen en schroeven kon maar zoveel hebben. Wat een gek idee dat die manier van leven me gelukkig zou maken. En toch leefde ik jaren zo.
Elke dag opnieuw.
Enkele jaren later kan ik meer afstand nemen en besef ik dat we beter zoals grote waaibomen leven. Klaar om de wind op te vangen en even mee te plooien.
Dat voelt en is beangstigend, maar het doet je wel dingen voelen. Het doet je beseffen dat er meer in het leven is dan het slaafs volgen van alle absurde regeltjes die je jezelf oplegt en die je steeds meer bedwingen.
Zouden mensen stabieler zijn als ze schroefdraad hadden? Waarschijnlijk wel. De echte vraag is of mensen gelukkiger zouden zijn als ze schroefdraad hadden? Zou het leven meer zin hebben als ze schroefdraad hadden? Waarschijnlijk niet. Bomen die star in de storm staan kraken. Dat houd ik me nu zoveel mogelijk voor: voel, ervaar, beleef. Elke dag opnieuw.
Plooi mee en zie wat er gebeurt. Laat het bed maar eens kraken als er iemand een duw tegen geeft, in elkaar zakken gebeurt echt niet zo snel.


