Een realisatie die ik pas heb ontdekt, is dat het voor mijn kritische stem nooit genoeg zal zijn.
Wat ik ook doe.
Wat ik ook eet.
Hoeveel ik ook eet.
Hoeveel ik ook loop.
Hoeveel ik ook praat.
Het stopt niet.
Maar het gaat niet alleen over eten en bewegen. Ook op andere vlakken van mijn leven, zoals school en relaties, vindt die kritische stem altijd wel een manier om mij naar beneden te halen. Er is altijd wel iets dat beter kan, meer kan of anders moet.
Ik begin steeds meer te beseffen dat het probleem misschien niet is dat ik nog niet genoeg doe, maar dat mijn hoofd telkens de grens van “genoeg” verlegt. Daardoor zal het nooit voelen alsof ik het eindpunt bereik.
Ook besef ik hoe belangrijk het is om een gezonde balans te vinden tussen eten en bewegen. ‘Het minimum eten’ is voor mij geen juiste keuze, omdat ik dan waarschijnlijk altijd zal blijven streven naar minder. Gezond eten mag, maar mijn mentale gezondheid gaat altijd voor.
Daarom wil ik mezelf elke dag opnieuw kleine uitdagingen geven die mij helpen om in die herstelmindset te blijven.
Niet luisteren naar de stem die zegt dat het altijd beter, minder of meer moet, maar focussen op genoeg eten en er niet teveel belang aan hechten. Bewust eens van ontbijt veranderen, toch eens die work-out overslaan, eens een ander drankje bestellen … Het zijn kleine dingen, maar als je deze elke dag toepast zie je dat er niks eng aan is. Elke dag een beetje anders eten is ook normaal en maakt eten veel meer flexibel.
Op die manier probeer ik de controle op een ‘gecontroleerde’ manier wat meer los te laten.
Met kleine stapjes, maar toch stappen vooruit. Want voor de eetstoornis voelen zelfs deze kleine stappen soms als veel te veel. En juist daarom zijn ze zo nodig.
Het gaat voor mij niet om alles in één keer los te laten. Het gaat erom dat ik mezelf steeds opnieuw bewijs dat verandering kan, dat iets anders proberen veilig is en dat ik niet altijd constant controle hoef te hebben.


