Ik ben op de jaarlijkse familiebarbecue. We zitten gezellig aan tafel onder de schaduwtent. Gespreksonderwerpen komen en gaan. Er is echter één onderwerp dat vaker langskomt en langer blijft hangen en dat is sporten. Hoe vaak, hoe ver, hoe snel er gewandeld, gelopen, gefietst en gezwommen wordt.
‘En hoe meer hoe beter natuurlijk. Hoe indrukwekkender.
Hoe meer, hoe gezonder ook. Hoe beter voor je lichaam.’
Daarvan lijkt iedereen volledig overtuigd. Sporten lijkt wel één of ander magisch medicijn of wondermiddel te zijn. Iets wat je niet genoeg kan doen en zeker niet te veel.
Ik ben stil als het hierover gaat. Ik doe momenteel niet echt aan sport. Ik heb geen Strava. Geen sportieve doelen te delen. Het voelt eenzaam. Misschien vooral omdat niemand lijkt te beseffen dat dit onderwerp een kleine oorlog in mijn hoofd ontketent.
Mijn eetstoornis grijpt zoveel van wat er gezegd wordt aan als een uitgelezen kans om me te bekritiseren. Ze zegt: ‘zie je wel dat je meer moet sporten’, ‘je bent echt ongezond bezig’, ‘je bent slap’ en ‘bovendien heel oninteressant en onbelangrijk’ (kwestie van geen kans onbenut te laten om mezelf de grond in te boren🙄).
Ik weet dat ik niet naar de eetstoornis moet luisteren. Dat ik genoeg beweeg voor nu. Dat meer sporten voor mij nu niet de focus kan/mag zijn en wellicht nooit op de manier die ik aan tafel hoor. Ik weet dat sporten ook niet alles is. Dat het niet heiligmakend is. Dat je er ook te ver in kan gaan en dat het dan net ongezond wordt.
Wat zou ik dit standpunt van ‘mijn gezonde zelf’ ook graag even van iemand hier aan tafel horen. Maar het voelt alsof er geen plaats voor is. Het lijkt zelfs heiligschennis te zijn. Het voelt vervreemdend: alsof ik in een andere werkelijkheid leef.
Ik laat het maar. Ik weet dat het geen zin heeft om me erin op te winden. En ik heb de energie niet om er een gesprek over aan te gaan. Ik kijk naar de tuin, de bomen, de vogeltjes, het gras. De spelende kinderen. Ik zoek naar iets – gelijk wat – om me van het gespreksonderwerp af te leiden.
Ondertussen denk ik: eigenlijk ben ik ook een marathon aan het lopen.
Figuurlijk dan. Onzichtbaar.
Zo voelt het herstellen van een eetstoornis toch voor mij.
Het vraagt zoveel doorzettingsvermogen en volharding.
Het vraagt dat je blijft gaan, ook als je echt niet (meer) kan en niet (meer) gelooft dat je ooit de finish zal bereiken. Het vraagt dat je blijft gaan, ook als alles in je tegensputtert en je het liefst zou neervallen of rechtsomkeert maken. Het vraagt dat je blijft gaan. Elke. Dag. Opnieuw.
Ja, ik ben ook een marathon aan het lopen.
Mijn onzichtbare marathon.
Ik denk aan degenen die er wel van weten. Die mijn strijd kennen. Degenen die weten van waar ik kom en wat deze tocht me gekost heeft. Het zijn mijn supporters. Het geeft me een warm gevoel vanbinnen om te weten dat ze er zijn. Ik heb ze broodnodig. Al zijn ze er nu alleen in mijn gedachten. Ze helpen me door dit moment heen. Door alweer een pittig stukje van mijn marathon.


